jaap van essen goffertTwee keer heb ik geschreven over het Goffertpark in Nijmegen: hoe DOS er voetbalkampioen werd in 1958 en hoe The Rolling Stones er 25 jaar geleden optraden. Maar deze korte serie is niet compleet zonder stil te staan bij mijn Gelderlander-collega Jaap van Essen, de enige Nederlandse journalist naar wie een perstribune in een voetbalstadion is vernoemd. 

jaap van essen

Jaap van Essen grijnsde een beetje ongemakkelijk naar me. Het leek wel of hij zich betrapt voelde op de sportschool in Nijmegen. Zijn dunne lijf in sportkleding die hem niet echt flatteerde.

Ik kwam hier als beginnend zestiger een paar keer per week om mijn conditie op peil te houden. Jaap, veertien jaar jonger dan ik, was er duidelijk niet uit vrije keus, maar het was goed voor hem, zei hij tijdens het praatje dat we maakten. 

En het roken mocht ook al niet meer op de redactie. Zeer tegen zijn zin stond Jaap in rookhokjes te dampen in plaats van achter zijn bureau.

Jaap was er de man niet naar om een blad voor de mond te nemen. Er was niks meer aan op de redactie, zei hij. Niks meer aan, sinds hij niet meer voor de krant naar de wedstrijden van N.E.C. mocht. Op de tribune van N.E.C. – met puntjes, en de E uitgesproken als I – dat was zijn honk.

Jaap was voetbalverslaggever uit overtuiging. Hij was N.E.C.-hooligan en toen hij was benoemd bij De Gelderlander, schoof hij eenvoudig door van de Hazenkamp-tribune van stadion de Goffert naar de perstribune. Maar zijn ambities reikten verder, en voor de kranten die samenwerkten met De Gelderlander ging hij ook mee met belangrijke wedstrijden van het Nederlands Elftal, Ajax en Feyenoord. 

Hij had niet alleen over voetballen een ongezouten mening, maar ook over het reilen en zeilen in de gemeente Nijmegen. Op termijn betekende dat zijn einde als sportverslaggever. In de moderne bedrijfsvoering deed de opvatting de intrede dat iemand, hoe kundig ook, niet te lang op dezelfde plek mag blijven zitten. Kennis betekende niets meer, verbazing werd het nieuwe sleutelwoord. Zo werd de chef economie ingezet als stadsverslaggever in de Achterhoek en werd hooligan en sportverslaggever-pur-sang Jaap van Essen chef van de Nijmeegse stadsredactie. Daarna mocht hij meedraaien op de parlementaire redactie in Den Haag. Dat was het moment waarop ik Jaap trof op de sportschool. Hij was niet in een best humeur, en dat het roken de op redactie steeds meer werd teruggedrongen, stond hem ook al niet aan, al probeerde hij nu te stoppen.

Het was de laatste keer dat ik Jaap in levende lijve zag. Hij overleed op 8 februari 2016 op 55-jarige leeftijd. Bij de eerste thuiswedstrijd van N.E.C. na zijn overlijden, tegen PSV, werd voor Jaap  een minuut stilte in acht genomen.

Zijn vriend en collega-sportredacteur Steef Arts schreef een bijzonder in memoriam over Jaap

steef arts

We liepen van de perstribune in het Haarlem-stadion naar het spelershonk dat honderd meter verderop lag. N.E.C. had verloren.  Plotseling trok Jaap me aan m’n mouw: ‘Even een stapje opzij’.  Ik was net op tijd. Een aanstormende meute hooligans kwam recht op ons af, op de voet gevolgd door met knuppels zwaaiende agenten.  Plotseling klonk vanuit het hart van het rapalje: Hé Japie!’ 

‘’Hoi jongens’, riep Jaap van Essen terug. Hij kende zijn pappenheimers. Hij had jaren deel uitgemaakt van de harde kern van N.E.C.-supporters, de East Side. Hij kon er oprecht trots op zijn dat de Nijmeegse raddraaiers landelijk tot fanatiekste aanhangers werden gerekend.  

Jaap woonde in Duitsland en was niet eens in Nijmegen geboren –  een van zijn best bewaarde geheimen. Maar Nijmegen was in zijn hart gebakken. En dan vooral dat ene plekje waar hij zo nadrukkelijk zijn stempel op heeft gedrukt: De Goffert, de Bloedkuul. 

Voor Jaap was dat stadion de maatschappij in het klein en veel meer had hij niet nodig om de wereld om hem heen te verklaren. Dat is een wereld met weinig grijstinten. Winnen of verliezen, voor of tegen, uit of thuis. Voor hem stond als een paal boven water: de club is van de fans. Van de mensen die in rijen voor de kassa stonden om – vaak tegen beter weten in - hun club toe te juichen. Hij gruwde van collega’s op de perstribune die wekelijks met hun NSP-kaart zwaaiden, hun muil opentrokken, maar niet wisten wat ‘de gewone man’ op de staantribune voor een kaartje had neergelegd. 

De club was niet van de notabelen, de plaatselijke kruideniers in het bestuur, die dachten het aankoopbeleid te bepalen zonder eerst Jaap te raadplegen. Trainers waren per definitie passanten en spelers moesten toch minstens vijf jaar bijtekenen alvorens zich echt N.E.C.’er te mogen wanen. 

De Goffert was niet alleen zijn huis, maar ook een springplank in zijn journalistieke carrière. Hij was erbij in Wenen toen een Nederlandse club voor het laatst de Champions League won, hij volgde voor bijna alle regionale kranten het Nederlands elftal op meerdere WK’s en groeide uit tot een van de best ingevoerde en meest kritische voetbaljournalisten van Nederland. Geschoold door Peter Onvlee op de School voor de Journalistiek , onder de vleugels genomen door Ted van Leeuwen bij De Gelderlander, maar hen beiden ontstegen in engagement en eigenheid.   

Waar andere journalisten tijdens een interview nog wel eens een vraag plegen te stellen, bestonden de vraaggesprekken van Jaap daaruit dat hij zijn gesprekspartner in niet mis te verstane woorden uitlegde wat hij fout had gedaan en hoe het anders moest. Jaap was nu eenmaal beter op de hoogte.

Later vond de hoofdredactie dat Jaap de sportredactie was ontgroeid – dat zal hij zelf anders hebben gezien. Zijn benoeming tot chef stadsredactie was echter een schot in de roos. Hij gaf nieuw elan aan regionale journalistiek. Waar de media na de moord op Pim Fortuyn zich in vertwijfeling afvroegen hoe ze toch weer het contact konden herstellen met die grote, boze onderstroom in de maatschappij, voelde Jaap zich in zijn element. Hij had zich nooit vervreemd van zijn vrienden van HKN en zijn buren in de Wolfskuil. In zijn columns op de Nijmeegse stadspagina trok hij ouderwets van leer tegen bestuurders, politieke laksheid, onwil en bureaucratie. 
Net als vroeger op de perstribune.

Die plek in De Goffert – de biotoop met de hoogste pH-waarde van Nederland -  is naar hem vernoemd. Een passender eerbetoon is nauwelijks mogelijk. Dat bleek ook wel toen hij compleet overdonderd, in de kring van familie, vrienden en collega’s en ja… ook bestuurders, het naamschild onthulde. Jaap was toen al ernstig verzwakt en wist dat hij de strijd tegen kanker had verloren. 

Heel passend speelde N.E.C.  die avond de slechtste wedstrijd van het seizoen.

Drie verhalen over De Goffert

Dit is de derde en laatste aflevering in een mini-serie over het Nijmeegse stadspark De Goffert

Deel 1:  De geest van Frans de Munck doolt door de Goffert

Deel 2: The Rolling Stones in mijn achtertuin

 

Reacties (1)

This comment was minimized by the moderator on the site

Mooi verhaal weer Martin. Uniek figuur, je kon met hem lachen en je kon je af en toe aan hem ergeren want die grote bek had twee kanten. Ik heb nog met hem meegerookt in de parkeerruimte onder het gebouw aan de Voorstadslaan. Ik mis hem en ik mis die tijd daar, met al die andere mafketels, het was mooi.

  John
There are no comments posted here yet

Laat je reactie achter

  1. Posting comment as a guest.
0 Characters
Bijlages (0 / 3)
Share Your Location

Copyright © 2015-2020 Martin Rep | Radboudlaan 14 | 1402 XP  Bussum | Contact