genootschap julianaTien jaar geleden overleed Keimpe Koopmans. In alle stilte, na een leven vol rumoer. Nu krijgt hij alsnog een eerbetoon in de vorm van een bundel verhalen over hem en over zijn krant. Vandaag wordt het eerste exemplaar van het boek ‘Koopmans!!!’ aangeboden aan Amersfoorts burgemeester Lucas Bolsius.

Slechts een heel klein groepje familieleden en een enkele ex-collega waren in januari 2013 aanwezig bij zijn uitvaart. Groter kon het verschil niet zijn met het leven van Keimpe Lourens Koopmans, voormalig hoofdredacteur van Amersfoortse Courant/Veluws Dagblad en later, nadat hij ruzie had gekregen met zijn redactie, van de Nieuwe Apeldoornse Courant. 

Met zijn doordringende basstem liet hij als lid van het Journalistenforum wekelijks via de radio zijn visie over elk denkbaar actueel onderwerp weerklinken over heel Nederland. Hij stond vooraan als het Genootschap van Hoofdredacteuren werd ontvangen op Paleis Soestdijk en de heren op de foto mochten met koningin Juliana. Als hij in zijn werkkamer in de krant, zijn krant, iets las waarover hij zich opwond, riep hij op volle kracht en met drie uitroeptekens de naam van de verantwoordelijk verslaggever, die zich ogenblikkelijk bij hem moest melden.

Bij zijn vertrek bij de AC in 1985 werd hem geen vriendenboek aangeboden – blijkbaar had hij geen vrienden meer over op de redactie die hij drie decennia op autoritaire wijze had geleid maar waarmee hij ten slotte in botsing kwam. Toch kunnen nu, bijna veertig jaar later, geen twee collega’s uit de periode-Koopmans bij elkaar komen zonder dat het gesprek binnen de kortste keren gaat over hem. De man die respect afdwong met zijn parate kennis, die iedereen voorhield zijn mening voor zich te houden en alleen de feiten in de krant te zetten. Die in de bres stond voor de onafhankelijkheid van zijn AC, maar er tegelijkertijd van genoot beste vriendjes te zijn met de Amersfoortse notabelen.

Koopmans was dus ook een van de vaste gespreksonderwerpen tijdens de jaarlijkse reünies van AC-redacteuren uit met name de jaren zeventig van de vorige eeuw. Gezellige bijeenkomsten, die zich onvermijdelijk afspeelden in de plaatselijke horeca. Tot afgelopen december besloten werd er een punt achter te zetten. Te veel collega’s waren inmiddels overleden, er waren steeds minder nieuwe verhalen te horen over Koopmans. 

coverbookklkVoor die laatste bijeenkomst schreven de overgebleven laatsten der Mohikanen allen hun herinneringen op aan hun geliefde dan wel gehate hoofdredacteur. Die verhalen werden geïllustreerd met foto’s van Brand Overeem, voormalig fotograaf van Amersfoortse Courant/Veluws Dagblad en huisvriend van Koopmans. Al die bijdragen zijn bijeengebracht in een bescheiden bundel, die in een zeer bescheiden oplage is gedrukt onder de zeer onbescheiden titel ‘Koopmans!!!’ De liefst drie uitroeptekens zijn volgens eindredacteur Martin Rep een hommage aan Keimpe Koopmans, die in deze verhalenbundels nu eindelijk eens zelf wordt opgecommandeerd.

Het eerste exemplaar van de bundel wordt vandaag in het Eemhuis aangeboden aan burgemeester Lucas Bolsius van Amersfoort. Deze plechtigheid is een initiatief van Theo Jongedijk, een van de columnisten in ‘Koopmans!!!’ Hij vindt de publicatie, hoe bescheiden ook, van historisch belang voor Amersfoort gezien de bijzondere hoofdpersoon.

 

 

 

De krantenkathedraal van Amersfoort

AC31X1975 63

De inleiding van de bundel verhalen in 'Koopmans!!!

In Amersfoort stond de krant aan een deftige laan. De Snouckaertlaan, met ck en ae.


AC pand

Tegenover de deftige krant stond het deftige Grand Théâtre, waar de burgerij uit het deftige Bergkwartier heen ging om te genieten van opera en operette, van toneel en van cabaret; de gewone mensen kwamen er voor de films. Naast het Grand Théâtre bevond zich de allerdeftigste winkel van Amersfoort, Maison Härtel, waar hoedjes werden verkocht en dat zo ongelooflijk deftig was dat gewone Amersfoorters er met haastige tred langsliepen en zelfs geen blik in de etalage durfden te werpen. Ja, Amersfoort was een deftige stad.


Wie het krantengebouw binnenliep, kwam in een indrukwekkende hal met een natuurstenen vloer. Een moderne balie, waarachter twee representatieve dames zaten die met de telefoon in de weer waren en de Amersfoorters te woord stonden die een advertentie wilden opgeven, iemand van de redactie wilden spreken of een abonnement wilden. Die abonnementen liepen wel. De krant had er liefst 33.000 op de dag dat ik er begon als verslaggever bij de stadsredactie in december 1970. In de hal een makkelijk zitje, bestaande uit leren banken. Ik mocht daar even wachten tot mijn nieuwe chef, meneer Bouten, de trap zou afdalen en mij zou komen ophalen.


Die trap was misschien nog wel het mooiste onderdeel van de hal. Een trap waar Marlène Dietrich zich niet voor gegeneerd zou hebben om er haar entree op te maken. Maar het was niet Marlène die stralend naar beneden kwam om mij op mijn eerste werkdag te verwelkomen. Daar kwam, de armen gespreid, Jos M.G. Bouten. ‘Mister AC’ zou hij worden, maar dat wist hij toen nog niet.


Hij drukte mij de hand. “Menéér Rep”, zei hij, met de nadruk op ‘meneer’. “Zullen we maar?” En terwijl hij me voorging: “Ik begrijp dat dit allemaal niet veel voorstelt in uw Zaanse ogen, maar ik wil u toch maar even rondleiden.”


Zo maakte ik, verslaggever derde klas, kennis met het gebouw waar ik de komende vijf jaar van mijn journalistieke loopbaan zou doorbrengen. Jos zwaaide een deur open en schalde mijn naam door de ruimte. Hier zaten mijn nieuwe collega’s, een paar van hen had ik vluchtig gezien tijdens mijn sollicitatie, een paar maanden eerder.


Links het kantoor van meneer Koopmans. Zijn silhouet was zichtbaar terwijl hij een betoog afstak met de heren van binnen-buitenland, die een luisterende pose hadden aangenomen. “Daar zitten de heren Post en Schaars”, zei Jos, “die zijn druk aan het vergaderen met de hoofdredacteur over de krant van vanmiddag.”


Een halfopen wand van glas en staal, daarachter zat, alleen, een heer met grijzend haar. Meneer Leenknegt. Hij hoefde niet mee te vergaderen, hij ging zijn eigen gang. “Meneer Leenknegt schrijft de prachtigste reportages”, zei Jos terwijl hij ons aan elkaar voorstelde. “En daar maakt ons wonderkind, Brand Overeem, de schitterendste foto’s bij.” Sinds een paar weken kreeg ik de krant thuisgestuurd en had ik al kennis kunnen maken met de jaloersmakende portretten van Brand, die van de wekelijkse bijlage een juweel maakten. Eigenlijk had ik gesolliciteerd als redacteur van die bijlage, maar daar achtte Koopmans me nog wat te onervaren voor. 
Ik moest ook nog even een handje drukken van een breekbare oude heer, die als een ‘Young Mister Grace’ kantoor hield, in een met donker eiken lambrisering beklede ruimte, naast het kantoor van de hoofdredacteur. Geen journalist van de krant kon aan het werk zonder kennis te maken met de directeur van Drukkerij Onnes, meneer Van Nieuwenhuizen.


Pas daarna liet Jos mij de rest van de krantenhemel zien. We liepen langs de telexruimte, hier kwam het nieuws uit de hele wereld zomaar Amersfoort binnenrollen. En daarna kwam de plek waar het allemaal gebeurde, waar het geschreven woord door de buizenpost werd heen geschoten, waar ’t werd verwerkt tot ponsbanden, vervolgens tot loden letters, die hun plek vonden in de metalen ramen waaruit straks de krantenpagina’s gevormd zouden worden. De zetterij, het steen, waar grafici en journalisten schouder aan schouder in eendrachtige samenwerking de krant creëerden, die elke dag in duizenden huisgezinnen in Amersfoort en over de hele Veluwe bezorgd zou worden, waar huisvaders en studenten ongeduldig zaten te wachten op het laatste nieuws uit Amersfoort, Hoevelaken, uit Barneveld, Harderwijk, Putten en Leusden. Dat de heren grafici niet zo enthousiast reageerden op een nieuwe redacteur, viel me toen nog niet zo op.
Er waren wel meer dingen die mij toen nog niet opvielen. Dat de rest van het gebouw wel wat sleets was bijvoorbeeld, dat de sportredactie, een trapje hoger, ondergebracht was op een soort zoldertje. Dat het archief bestond uit een hok waar de oude jaargangen in een slordige hoop op elkaar geslingerd lagen. Dat de wc’s niet zo fris waren. Ik had er geen oog voor dat de drukpers aan alle kanten rammelde en nodig vervangen moest worden.
Het sleetse, deftige gebouw aan die deftige laan is verdwenen. Wat gebleven is, zijn de herinneringen. Aan de krantenkathedraal van Amersfoort, aan de collega’s van toen, en aan de hoofdredacteur wiens naam onlosmakelijk is verbonden aan de krant. Die er elke dag weer zijn stempel op drukte met zijn drie sterren.
Keimpe Koopmans.
 Dit boek, de waarin collega’s van toen hun herinneringen delen, gaat over het gebouw. Over de krant. Maar vooral over die man. KLK.

 

 

 

 

     

Copyright © 2015-2022 Martin Rep | Radboudlaan 14 | 1402 XP  Bussum | Contact