Trailer van de Beatles-docu ‘Get Back’ op Disney+

Get Back: een driedelige documentaire op de streamingdienst Disney+ over het tot stand komen van de laatste langspeelplaat van The Beatles, ‘Let It Be’. Ik zit gekluisterd aan de tv en zie en hoor The Beatles muziek maken, meligheid uithalen, gekke versies spelen van hun oude hits en ondertussen schitterende nieuwe nummers bedenken. Verslag van een Beatle-ervaring waarin ondertussen mijn eigen Beatle-geschiedenis weer tot leven komt. 

rob mokum

Januari 1969, de Twickenham Studio in Londen. Wat in de eerste plaats opvalt: iedereen rookt. Overal in de studio volle asbakken. John Lennon, George Harrison, Ringo Starr, de assistenten in de studio, de duvelstoejagers, iedereen steekt om de haverklap een peuk op, Paul McCartney zelfs dikke Havana’s.

Ik kijk naar de driedelige serie ‘Get Back’ op Disney+. Ik zie voor mijn ogen hoe Paul de muzikale leiding van de groep heeft overgenomen van John. Het interesseert John niet zo veel meer, alle initiatieven komen van Paul. Je ziet hoe hij een beetje zit te rammen op zijn gitaar en gaandeweg daar de melodie geboren wordt van het nummer ‘Get Back’. Zo ontstaat dus een nieuwe Beatles-song…

Ik zie hoe Yoko Ono, de grote liefde van John Lennon, zich helemaal in de inner circle heeft gewurmd en ondertussen in de krant zit te bladeren of haar post doorneemt.  Ze zuigt alle energie weg. Natuurlijk weet ik hoe belangrijk ze is geweest voor John, hoe ze deze gebroken man weer heel heeft gemaakt. Maar op die sessies had ze niks te zoeken. We zien The Beatles onder leiding van John en Yoko langzaam maar zeker uiteenvallen.

martin beatlesEen maand eerder, december 1968, was voor mij al duidelijk geworden dat het einde van The Beatles op handen was. Op een koude zaterdagmiddag liep ik die maand met mijn vriend Rob Berghege nieuwsgierig binnen bij muziekhandel Koopman aan de Gedempte Gracht in Zaandam. Koopman — een kleine, formele man, altijd in een net pak — kende ons al, we kwamen vaak in zijn zaak om de bakken met singles of langspeelplaten door te snuffelen, op jacht naar nieuw materiaal of muziek die we gehoord hadden op Radio Luxemburg, ‘your station of the stars’ waar elke avond de meest opwindende muziek uit Engeland weerklonk.

We wilden nu bij Koopman luisteren naar de eerste solo-lp van onze held John Lennon. Niet echt solo, want hij had hem samen met zijn Japanse vriendin Yoko Ono gemaakt. Lennon zonder Paul, George en Ringo, dat zou wat wezen!

Rob en ik waren Beatles-fans van het eerste uur. Toen we op zondagavond 21 april 1963 tegen elf uur net zo lang aan Robs Philips-radiootje hadden zitten draaien tot we een redelijke ontvangst hadden van Radio Luxemburg, hoorden we opeens een song die onze aandacht trok. Een bandje zoals zovele, maar door het geluid van de zang en de gitaren klonk een snerpende mondharmonica heen. “Klinkt goed”, zei Rob, terwijl hij ritmisch meedeinde op de muziek. “Wie zijn het?”

‘The Beatles coming in on number six, with ‘From Me To You’,” deelde een minuutje later deejay Barry Alldis mee. De naam The Beatles kwam me bekend voor. Ik bladerde terug in de multomap waarin ik elke week de de Engelse Top-Twenty noteerde en inderdaad: ze hadden al eerder een nummer-éénhit gehad, Please Please Me.

 

Meneer Koopman, de Brian Epstein van Zaandam

gitaargodDe zaterdag daarna kocht Rob het singeltje voor 3,95 gulden. Vanaf dat moment waren we Beatle-fans. Later dat jaar kwam hun langspeelplaat ‘With The Beatles’ uit. We namen plaats in de muffe geluidscabine bij Koopman, waar je naar lp’s mocht luisteren. (Singels moest je beluisteren aan de balie, waar je plakkerige oortelefoons tegen je hoofd drukte.)  Voorzichtig liet ik de naald in de groef zakken. Ik voelde de rillingen over mijn rug gaan toen het eerste nummer, ‘It won’t be long’ uit de boxen knalde. Ik was meteen verkocht, en liet me zelfs niet afschrikken door het tweede nummer, een wat wij een ‘zeer slome’ vertolking vonden van ‘All I’ve got to do’. Alleen al de zwart-witte hoes, die de half belichte gezichten van de vier leden van band liet zien, was de achttien gulden die de plaat kostte meer dan waard. Het was mijn eerste rock-lp, en de derde in mijn verzameling, die tot dan had bestaan uit Harry Belafonte returns to Carnegie Hall en Je me souviens Edith Piaf

in de zomer van 1964 zoenden we met meisjes in de bioscoop bij het zien van de film ‘A Hard Day’s Night’. In zwartwit zagen we beelden uit het dagelijks leven van The Beatles, dat vooral bestond uit hard wegrennen voor hun fans. Een halfjaar later zette ik mijn fiets opnieuw tegen de winkelruit van Koopman; het sneeuwde die dag, ik moest heel voorzichtig naar huis fietsen om te voorkomen dat ik, met fiets en de lp ‘Beatles for Sale’ in mijn schooltas een smak zou maken. Kant 2 begon met iets wat ik nooit eerder had gehoord: een nummer dat opende met een fade-in. Van nul tot honderd in een paar seconden, ‘Eight Days a week’.

‘Yesterday’, wat een afknapper. Waren dit The Beatles?

De verwarring sloeg toe in augustus 1965, toen Tijd voor teenagers, het door Herman Stok gepresenteerde radioprogramma, een nummer uit hun nieuwe lp, ‘Help!’ liet horen: Yesterday. Wat een afknapper! Waren dit The Beatles? Was die crooner van dienst werkelijk Paul McCartney, of was een imitator van Frank Sinatra ingehuurd voor een practical joke? Een nummer zonder de drums van Ringo, de sologitaar van George, de slaggitaar van John? Wat deed dat strijkje daar, dat de plaats had ingenomen van onze helden? Voor het eerst zetten The Beatles een geweldige stap vooruit, wat het handelsmerk zou worden van al hun platen, terwijl wij in verwarring achterbleven. Rob en ik hadden er moeite mee. Gelukkig stonden tegenover dat suffe Yesterday ook echt goede rockers op de lp, zoals Dizzy Miss Lizzy en Ticket to ride

Maar voortaan was het goed opletten bij elke nieuwe plaat van The Beatles. Zij gaven de rock ’n roll steeds een nieuw gezicht. De eerste keer dat je zo’n plaat op de radio hoorde, dacht je: ‘Huh? Die ga ik vast niet kopen, jammer dat het is afgelopen met The Beatles.’ Tot je na een paar keer luisteren naar Norwegian Wood, Drive My Car en Run For Your Life wist: die is de beste plaat ooit, ze hebben het weer geflikt.

En toen ging Brian Epstein dood. ‘Meneer Epstein’, zoals The Beatles hem beleefd noemden, was een soort meneer Koopman uit Liverpool. Toen een klant van zijn platenzaak hem in 1961 vroeg of hij geen platen had van de plaatselijke band The Beatles, besloot hij een kijkje te nemen in de morsige kelder waar ze optraden. Lang verhaal kort: hij ontdekte de band, bezorgde hun een platencontract en maakte hen wereldberoemd. Brian werd rijk, nog rijker dan The Beatles en de andere bandjes uit Liverpool die bij hem aanklopten bij elkaar. Hij werd ook zeer ongelukkig en stierf op 32-jarige leeftijd, zes jaar nadat hij zich over The Beatles had ontfermd.

Daarna raakten The Beatles het spoor kwijt. Creatief stonden ze nog steeds aan de top, maar er was niemand meer die hen in het gareel hield. Een nieuwe manager wilden ze eigenlijk niet, maar zakelijk gezien waren ze onbenullen. Hun nieuwe lp’s barstten nog altijd van de creativiteit. Ze durfden het aan het advies van hun producer George Martin te negeren en een dubbel-lp uit te brengen, The White Album, met foto’s, een uitneembare poster en alle songteksten. Ik koester die plaat (serienummer 0128217) nog altijd. Het was de eerste ‘dubbelaar’ in de pophistorie. Maar op plaat 2 kant 1 liep ik altijd naar de pick-up om de track Revolution # 9, een nummer van John, over te slaan. Een chaos van geluiden, volgens Wikipedia.

‘Two Virgins’, een chaos van geluiden

koopman gedempte gracht

Dat was precies wat Rob en ik hoorden op die dag in december 1968: een chaos van geluiden. Op de hoes stonden John en Yoko in hun nakie. Er zat een plastic stickertje op als vervanger van het vijgenblad ter hoogte van hun kruis. Als je dat eraf trok, zag je dat Yoko daar een flink pak haar had zitten, John liet zonder schaamte zien dat hij niet al te groot geschapen was. Maar de muziek, daar ging het om.

John, ons rockidool, die zwoer bij de muziek van Chuck Berry en Elvis Presley, die de popmuziek een nieuwe richting had gewezen, wat zou die maken van zijn eerste soloproject, samen met die vreemde Japanse kunstenares Yoko Ono, vooral bekend van haar film Billen?

Onze liefde voor John Lennon kreeg een flinke knauw. We hoorden oerkreten en piepende en knarsende deuren en ik weet niet wat. Na vijf minuten liepen we de geluidscabine weer uit.

Meneer Koopman nam de lp glimlachend weer in ontvangst. “Toch maar niet”, zeiden we. Meneer Koopman dacht het al.

Even later stonden we weer buiten in de kou. Eén ding wisten we zeker: het einde van The Beatles was nabij.

George Harrison loopt weg uit de Twickenham Studio

Het einde van deel 1 van de Beatles-documentaire op Disney+ is een cliffhanger, nadat er lange tijd weinig is gebeurd en het af en toe lijkt alsof je naar een aflevering van Big Brother zit te kijken. Opeens gooit George de beuk erin. George, die zich al jaren niet serieus genomen voelt door John en Paul, de jongste van de band ook nog, heeft al dagen met een lang gezicht rondgelopen bij de sessies. Hij volgt zonder geestdrift de aanwijzingen van Paul op — ‘ik doe alles wat je wilt’, zegt hij met duidelijk chagrijn. Op dat moment is hij al lang begonnen zich te ontwikkelen als fenomenaal singer-songwriter, waar hij onvoldoende waardering voor krijgt.

Ik stop met de band, zegt hij, en dan loopt hij weg uit de Twickenham Studio, de anderen in verwarring achterlatend. De laatste beelden bestaan uit opnamen van het enorme landhuis van Ringo Starr, waar vergeefs wordt geprobeerd George terug te krijgen.

Bij de aftiteling horen we George’ tragische song Isn't it a pity:

Now, isn't it a shame
How we break each other's hearts
And cause each other pain
How we take each other's love
Without thinking anymore
Forgetting to give back
Isn't it a pity.

 

Deel 2 van The Beatles-docu: George komt terug, John doet weer mee, Billy redt de sfeer

The Beatles Get BackIk kijk naar de driedelige Beatles-documentaire ‘Get Back’ die sinds een paar weken is te zien bij Disney+ en ben gegrepen door het verloop van de eindeloze muzikale sessies, de onderlinge ruzies en het creatieve proces van het maken van songs. In deel 2 gaat dat een stuk beter dan in deel 1.  Ondertussen herbeleef ik mijn eigen Beatle-geschiedenis: hoe ik Joost den Draayer zijn eerste Beatle-plaat liet draaien. 

De spanning is te snijden aan het begin van deel 2 van de Beatles-documentaire ‘Get Back’. George Harrison is inderdaad niet teruggekomen naar de Twickenham studio om verder te werken aan de nieuwe Beatles-lp en aan de tv-special die deze maand, januari 1969, beslist klaar moet zijn. Hij is de vorige dag boos weggelopen, neemt de telefoon niet op en schijnt vertrokken te zijn naar Liverpool. “Stuur hem een telegram”, stelt Ringo voor. 

Alleen Ringo en Paul zijn er. Ze hangen doelloos rond in de studio. Ook John is er nog niet, ze zullen op hem moeten wachten tot er weer wat muziek gemaakt kan worden. Paul is momenteel nog de enige drijvende kracht van de vier Beatles. Hij lijkt erin te berusten dat Yoko Ono tussen hem en zijn beste vriend is komen te staan. Berustend zegt hij dat John ongetwijfeld voor Yoko zal kiezen als hij gedwongen zou worden tot een keuze tussen haar en The Beatles. 

Hij verzet zich inmiddels niet meer tegen de storende aanwezigheid van Yoko in de studio. Deze dag heeft hij dan ook maar zijn eigen vriendin, Linda Eastman, meegenomen. “Hé, weten jullie dat Linda in verwachting is?”, vertelt hij bijna terloops, terwijl zij verlegen lacht. Het wordt een heel familiegebeuren in de studio, want we zien even later ook Heather, de dochter uit Linda’s eerste huwelijk, rondrennen en plezier maken op het drumstel van Ringo. 

Yoko was voor mijn vriend Rob en mij de vrouw die een beslissende rol speelde bij het uiteenvallen van The Beatles; pas later begreep ik dat de werkelijkheid een stuk gecompliceerder was. Twee maanden na de Get Back-sessies zouden John en Yoko trouwen in Gibraltar en hun huwelijksreis deels doorbrengen in Amsterdam. Journalisten en fotografen verdrongen zich rond hun huwelijksbed in het Hilton Hotel, hemelsbreed slechts 9,2 kilometer verwijderd van mijn eigen kamertje aan de Meidoornstraat in Zaandam. Het stel liet zich fotograferen en interviewen terwijl ze in pyjama in bed lagen, helaas zonder, zoals sommigen verwachtten, voor het oog van de pers de heilige verplichtingen van de huwelijksnacht publiekelijk over te doen.  

Collega Peter S. Kok van De Typhoon aan het huwelijksbed van John en Yoko


Tot de journalisten uit binnen- en buitenland die zich in de hotelkamer verzamelden en die de muffe geur konden opsnuiven van het stel dat al dagen tussen de lakens lag, behoorde ook verslaggever Peter S. Kok van het dagblad voor de Zaanstreek 'De Typhoon'. Peter was eerder mijn collega geweest bij De Zaanlander, maar had, tot verontwaardiging van zijn Zaanlander-collega’s (‘verraad!’) de overstap gemaakt naar de grote concurrent. Voor De Typhoon ging hij de wekelijkse jongerenpagina verzorgen en zodoende woonde hij ook de persconferentie bij van John en Yoko tijdens hun Amsterdamse ‘bed-In’. 

bed in hiltonOog in oog met mijn idool John Lennon, dat had ik ook wel gewild en ik had John natuurlijk veel betere vragen gesteld dan Peter. Ik wist immers, zo vond ik zelf, veel meer van popmuziek en van The Beatles dan Peter Kok. Maar het verschil tussen Peter en mij was dat hij verslaggever was — hij schreef een tamelijk kritisch verhaal over The Beatles, waarin hij hen ervan beschuldigde met alle trends in de pop mee te waaien — en dat ik vooral fan was gebleven. 

knipsel trouw 23nov63Fan was ik al vanaf het moment dat The Beatles doorbraken in hun eigen land. Het lukte me in het voorjaar van 1963 dankzij een briefkaart aan de invloedrijke Radio Veronica-discjockey Joost den Draayer om ‘Please Please Me’ te laten draaien in zijn programma ‘Joost Mag het Weten’. Het was misschien wel de eerste keer dat Joost een plaat van The Beatles draaide, want zijn belangstelling ging voornamelijk uit naar Amerikaanse zangers en groepen. Een ander succesje: verslaggever Hette Visser schreef in dagblad Trouw een stuk in de jongerenrubriek Expres waarin hij de vloer aanveegde met The Beatles. De woedende reactie daarop van Rob en mij verscheen een week later in Trouw. 

Terug naar de Beatles-docu ‘Get Back’. Tegen lunchtijd komt John eindelijk opdagen. Er wordt overlegd hoe ze George Harrison kunnen ompraten om weer naar de studio te komen. “Als hij dinsdag niet terug is, vragen we Eric Clapton”, zegt Lennon. Zo ver komt het niet. George laat zich vermurwen. Vanaf dat moment doet ook John beter zijn best en werkt hij zowaar af en toe enthousiast mee met het pingelen en neuriën van Paul om songs te creëren. Ondertussen zie je de vier Beatles vooral gekkigheid uithalen, oude songs herhalen — Paul en John slagen erin te zingen terwijl ze hun kaken op elkaar geklemd houden — en als kijker vraag je je af hoe ze ooit binnen de geplande tijd de veertien songs voor de nieuwe lp plus de tv-special gereed kunnen krijgen. 

Kabels als een slapend spaghettimonster op de vloer


Om de zaak vlot te trekken, besluiten ze de grote, kille Twickenham studio te verlaten en terug te keren naar hun eigen Apple-studio. Bovendien wordt de sfeer een stuk beter als Billy Preston komt opdagen. Billy kennen The Beatles nog uit de tijd dat ze als onbekend Brits bandje optraden in nachtclubs in Hamburg. Hij is een leuke knaap en een buitengewoon kundig muzikant ook. Dat komt goed uit, want omdat The Beatles hun plaat live willen opnemen, met zo weinig mogelijk ingrepen achteraf aan de mengtafel, hebben ze dringend behoefte aan een keyboardspeler. En niemand is zo thuis op het keyboard als Billy Preston. Billy is de enige muzikant die als tijdelijk lid van The Beatles credits voor zijn medewerking zal krijgen op een Beatles-plaat.

Er gaat heel wat tijd verloren met de verhuizing naar de Apple-studio. De hoeveelheid kabels die als een slapend spaghettimonster over de vloer liggen verspreid is verbijsterend.  Maar met uitzondering van Paul lijkt niemand van de band zich daar veel zorgen over te maken. “Als ik met de rug tegen de muur kom te staan, komt het vanzelf”, zegt John opgewekt, die blijkbaar uitziet naar het naderen van de deadline. 

De tv-special wordt gecanceld, de gedachten gaan nu uit naar een gratis, allerlaatste concert voor de fans. Dat zal nog moeilijk worden, want waar zouden ze dat op zo’n korte termijn moeten regelen en trouwens: kunnen ze het nog wel, optreden? Ze hebben immers al drie jaar lang niet meer live gespeeld. 

Ondertussen begint de band eindelijk weer te swingen. De magie is terug. We horen talrijke versies van Let It Be, waarbij Paul zichzelf begeleidt op de piano. We horen Get Back groeien, van een deuntje dat als vanzelf ontstaat bij het rammelen op de gitaar, van een protestsong tegen het Britse vreemdelingenbeleid tot een onvervalste rocker. 

“…Left his home in hm hm Arizona”, neuriet Paul. En even later:

 “Jojo left his home in Tucson Arizona…”

“Ligt Tuscon in Arizona?”, vraagt John. Paul weet dat wel zeker.  “Daar namen ze ‘High Chaperral’ op.”

Dan hakken ze een knoop door over hun allerlaatste live optreden. Als alle mogelijkheden de revue zijn gepasseerd en zijn afgewezen, besluiten ze dat het het een lunchconcert zal worden op het dak van hun eigen gebouw. Een rooftop concert, voor de buurt en alle toevallige voorbijgangers. In de wereld van The Beatles is niets te gek.



 

Beatles-docu ‘Get Back’, deel 3: Kom van dat dak af!


beatles rooftopAl achtenvijftig jaar ben ik fan van The Beatles. Nooit eerder in die achtenvijftig jaar was ik zo dicht bij The Beatles als nu, met het bekijken van de docu Get Back. Zelfs dichterbij dan op 6 juni 1964, toen ik hun optreden in de veilinghal in Blokker bijwoonde. Ik kijk naar het derde en laatste deel van de documentaire, met beelden van hun laatste publieke optreden, en herbeleef mijn eigen Beatles-geschiedenis.

Het einde van de Beatles-documentaire ‘Get Back’ komt in zicht. Het einde van The Beatles komt in zicht. Ze zijn hun laatste lp aan het opnemen en ze willen nog éénmaal voor publiek optreden. Ik open op de streamingdienst Disney+ het derde en laatste deel van Get Back en voel gelijk weer de spanning. Gaat het The Beatles lukken hun lp te voltooien en een live-optreden te verzorgen?

 

martin nappa

De aanwezigheid van een groep cameramensen en operators met geluidshengels is niet erg bevorderlijk voor de sfeer in de studio waar The Beatles aan het werk zijn. Het is al moeilijk genoeg voor de vier, ooit de beste vrienden, om samen te werken. Zeker nu de vriendin van John Lennon, Yoko Ono, voortdurend op zijn lip zit en in zijn oor fluistert.

Er wordt gefilmd omdat The Beatles contractueel verplicht zijn een derde film te maken, na A Hard Day’s Night en Help! Ze hebben daar totaal geen zin in. De makkelijkste manier om daar onderuit te komen, lijkt het maken van een documentaire waarbij het hele proces van het maken van nieuwe songs wordt vastgelegd.

Uren en uren films worden die maand, januari 1969, opgenomen. Daarvan wordt de wat bleke film Let it Be samengesteld, waarvan na het uitbrengen in 1970 niet veel meer wordt vernomen. De opnamen blijven jaren onder het stof liggen, tot Peter Jackson, de Nieuw-Zeelandse regisseur/producer van succesfilms als The Lord of the Rings, The Hobbit en de documentaire over de Eerste Wereldoorlog They Shall Not Grow Old, drie jaar geleden besluit dat oude materiaal opnieuw te bekijken om er een nieuwe film van te maken. 

Dat resulteert in de driedelige, bijna zeven uur durende film Get Back. Een soort Big Brother over The Beatles. Maar boeiend van begin tot eind, als je ook maar iets met The Beatles hebt. Je ziet John, Paul, George en Ringo de ene peuk na de andere opsteken. Kibbelen. Pingelen op de gitaar, de piano, rammen op de drums. Er gebeurt niets, maar er gebeurt tegelijkertijd van alles. De kijker zit eerste rang en is er getuige van hoe de belangrijkste band uit de geschiedenis van de rock ’n roll zijn muziek creëert.

Weken zijn ze bezig geweest, nu komt het einde: ze moeten hun nieuwe nummers spelen voor publiek.Voor de eerste keer in drie jaar gaan ze weer optreden. Maar: met welke nummers? “Hebben we pas zes liedjes af”, vraagt John verbaasd als ze hun productie van de laatste weken doornemen. Het wordt nu hard en serieus werken om de songs goed in de vingers te krijgen. John kent nog niet eens alle teksten uit zijn hoofd en plakt spiekbriefjes aan de microfoon.

Dan is het 30 januari 1969, de dag van het geplande concert. Ze hebben geen enkele geschikte locatie kunnen vinden. De oplossing die ze bedenken, kan alleen uit het brein van een Beatle komen. Ze gaan een ‘free concert’ geven op het dak van hun eigen kantoor, Apple Corps, Saville Row 3 in Londen. John, Paul, George, Ringo en de vijfde Beatle Billy Preston lopen de trap op en openen de deur die toegang geeft tot het dak. De wind waait door hun lange haren, het is ijskoud. De band, die de stadionconcerten heeft uitgevonden en voor vele tienduizenden fans heeft opgetreden, die nog steeds op het toppunt van zijn roem staat, gaat hier op het dak van hun kantoor in hartje Londen een lunchconcert verzorgen voor de buren en wie er maar toevallig door de straat loopt. Tot groot plezier van velen en tot grote ergernis van veel anderen. 

We hebben kaartjes voor het concert inclusief busticket. Maar we lopen de bus mis


Het gegil uit zevenduizend kelen is oorverdovend, ik duw mijn handen tegen mijn oren. Het voorprogramma van abominabele kwaliteit is op hetzelfde moment vergeten. The Beatles zwaaien naar het publiek en slaan een paar akkoorden aan. Rob Berghege en ik, op twintig, dertig meter van onze helden — we kunnen hen bijna aanraken — kijken elkaar aan. Wat spelen ze? “I saw her standing there”, brult Rob in mijn oor. We zijn in de veilinghal ‘Op hoop van zegen’ in het Noord-Hollandse dorpje Blokker, de datum is 6 juni 1964 en we behoren tot de gelukkigen die een concert van The Beatles gaan meemaken.

Beatles in BlokkerWe hadden kaartjes voor het concert inclusief busreis vanaf het station Zaandam, maar die bus misten we, zodat we halsoverkop een treinkaartje naar Hoorn moesten kopen en het laatste stukje van Hoorn naar Blokker met de bus aflegden. We waren die middag wel in Amsterdam toen John, Paul, George en invaller Jimmy Nicol (drummer Ringo was ziek) hun legendarische tocht in een rondvaartboot door de Amsterdamse grachten maakten. Maar we hadden geen zin naar die rondvaart te kijken. Wij waren wel fans, maar geen gillende kinderen die zich verdrongen om een glimp van de jongens op te vangen, daar stonden wij ver boven.

Wie daar wel bij was, was verslaggever Boet Kokke van De Gelderlander. In augustus 1990 maakte ik kennis met Boet, toen ik eindredacteur werd bij die krant in Nijmegen. We werden aan elkaar voorgesteld en Boet, dertien jaar ouder dan ik, maakte een gezellig praatje. Het gesprek kwam op The Beatles. Ik vertelde hem trots dat ik ruim een kwarteeuw eerder bij hun concert in Blokker was geweest.

Boet Kokke was daar niet alleen ook geweest, hij had ook meegevaren op de rondvaartboot, met vijftigduizend gillende fans aan de waterkant. Een paar jongens sprongen in de gracht en zwommen naar de boot toe in de hoop dichter bij hun idolen te komen. Boet stond erbij te kijken, terwijl hij een praatje maakte met Paul McCartney. Hij vertelde het me nadrukkelijk terloops, alsof het iets was dat hem als verslaggever nu eenmaal dagelijks gebeurde.

Ik voelde jaloezie opkomen. In ieder geval, bedacht ik, ben ik nu maar één handdruk van Paul McCartney verwijderd.

Vanaf begin 1964 waren er al geruchten geweest dat The Beatles naar Nederland zouden komen. Ze hadden Amerika inmiddels veroverd en het was nu tijd zich aan de rest van de wereld voor te stellen. Tal van locaties voor het Nederlandse concert werden genoemd, uiteindelijk werd het de veilinghal in het nietige Noord-Hollandse dorp Blokker, niet ver van Hoorn. Er werden vaker concerten gegeven, een maand eerder had het Engelse idool Cliff Richard er nog op de veilingkistjes gestaan. Een blind paard kon er geen kwaad doen en het podium was het goedkoopste van het goedkoopste. Groentekisten zat daar, en die werden opgestapeld tot het een echt podium leek. Ondanks onze lange en kronkelende omweg waren we dik op tijd voor het concert in de veilinghal ‘Op Hoop van Zegen’, dat om acht uur begon. The Beatles liepen de veilingkistjes pas om tien uur op. Net als wij hadden ze het hele oninteressante voorprogramma met nog een pauze daarin moeten uitzitten. 

Uit mijn dagboek:

‘Daar kwamen ze! Een oorverdovend geschreeuw. De zaal deinde naar voren. — Zitten, zei Essing voor de zoveelste maal. Men ging zitten. De Beatles sloegen een paar akkoorden aan. Iedereen stond weer. I saw her standing there! De hele zaal schreeuwde mee. De muziek zelf was nauwelijks te verstaan.

[…] Ze liepen weg, zwaaiden, en verdwenen. Nu al? De zaal schreeuwde Beatles, Beatles. Ze kwamen niet terug. Het was half elf.’

The Beatles hadden acht nummers gespeeld, elk nauwelijks drie minuten lang:

  • I Saw Her Standing There
  • All My Loving
  • I wanna hold your hand
  • She loves you
  • Twist and shout
  • Long Tall Sally
  • Roll Over Beethoven
  • Can’t buy me love

De bus terug naar Zaandam vertrok pas om twee uur. Het was een korte nacht.

Aan de Nederlandse kranten was het ‘rooftop concert’ voorbijgegaan


Het rooftop concert, het allerlaatste publieke optreden van The Beatles, vond plaats 1699 dagen na hun concert in Blokker. Wat ik deed op die dag, donderdag 30 januari 1969, kan ik helaas niet meer nagaan, ik was gestopt met het bijhouden van een dagboek. Aan de Nederlandse kranten lijkt het optreden grotendeels te zijn voorbijgegaan, althans, ik kan er niets over ontdekken in de dagbladen uit die tijd die ik op krantenwebsite Delpher doorblader. 

setlist rooftop

Hun laatste lp — de compact disc werd pas twaalf jaar later geïntroduceerd, in 1982 — was Let It Be, een mix van songs uit het rooftop concert plus een aantal die in de studio, een paar verdiepingen lager, werden opgenomen.  Het concert op het dak heeft 42 minuten geduurd. Toch ruim anderhalf keer zo lang als het concert in Blokker.

In de straten rondom het Apple-kantoor verzamelen zich enthousiaste voorbijgangers. De filmploeg die de opnamen in de studio heeft vastgelegd, filmt niet alleen op het dak, maar ook vanaf ’t tegenoverliggende dak, op straat en er is een verborgen camera bij de receptie. Met de camera’s op straat worden reacties vastgelegd van de verbaasde Londenaren; hun commentaren zijn meestal positief. In tegenstelling tot de buren van The Beatles, die massaal met de politie bellen. “Dertig klachten binnen een paar minuten”, zeggen de twee strenge agenten, die zich melden bij de receptie op de begane grond. De bedrijven in Saville Row en omgeving hebben heel veel last van de herrie, er kan daar niet gewerkt worden, zeggen ze, dus wilt u alstublieft stoppen?

Mal Evans, de road-manager van The Beatles, receptioniste Debbie Wellum, iedereen in het kantoor doet zijn best zo lang mogelijk te verhinderen dat de agenten The Beatles van het dak gaan halen. “U kunt naar boven gaan maar niet op het dak, het is overbelast.”

The Beatles zingen twaalf songs, inclusief vier uitvoeringen van Get Back. Dan maken de agenten, die met de lift en de trap naar boven zijn gegaan, er een einde aan. Veel langer hadden de jongens het trouwens niet volgehouden, ondanks hun dikke winterjassen. John zegt dat hij haast geen noot meer kan aanslaan op zijn gitaar omdat zijn vingers dreigen te bevriezen.

Van hem zijn de legendarische laatste woorden, die ook te horen zijn op de lp: “Ik wil jullie namens de groep en onszelf bedanken en ik hoop dat we door de auditie zijn gekomen.”

In beeld verschijnt dan de tekst, die me rillingen op de rug en tranen in de ogen bezorgt: 

‘Dit was het laatste publieke optreden van The Beatles.’ 

De film Get Back is tot een einde gekomen, net zoals de band ruim een jaar later tot een einde komt. Op 10 april 1970 bevestigt Paul McCartney dat hij uit The Beatles is gestapt — het definitieve einde van de band.

Wat ik die tiende april deed, weet ik ook niet meer precies. Ik weet alleen maar dat ik toen mijn vierentwintigste verjaardag vierde. In ieder geval kreeg ik niet de nieuwe lp ‘Let it be’. Die werd pas uitgebracht vier weken later, op 8 mei. De verjaardag van Rob Berghege.

 


 


 

Copyright © 2015-2021 Martin Rep | Radboudlaan 14 | 1402 XP  Bussum | Contact