zcfc

Kleinzoon Berend, zeven jaar, draagt de clubkleuren van de Bussumse Football Club met ere. Via een app op mijn iPhone kan ik de uitslagen van zijn team, de F10, volgen. Zijn grote broer Laurens speelt in de F5. Van opa vinden ze het cool dat hij vroeger ook op voetballen heeft gezeten.

Berend kijkt bewonderend naar me op als ik hem tijdens een partijtje in de achtertuin met een paar schijnbewegingen voorbij dribbel. “Heb jij vroeger soms op voetballen gezeten, opa?”

Dat kan ik bevestigen, en sindsdien zijn mijn twee kleinzoons extra trots op mij. De informatie wordt met speelkameraadjes gedeeld. Dat die mij af en toe verwarren met mijn achterneef Johnny Rep, het beroemde ‘goudhaantje’ van het Nederlands elftal, kan ik niet helpen.

kfcDe rood-wit-blauwe kleuren van BFC doen mij denken aan die van mijn favoriete club uit mijn jeugd, KFC uit Koog aan de Zaan. Maar als ik ’s zaterdagmorgens bij Berend kom kijken hoe hij speelt in de ‘bak’ op het BFC-complex – houten wanden om het veld voorkomen een overdaad aan inworpen – draagt hij het groen-wit van een club die ik nog altijd GVAV noem maar die al een hele tijd FC Groningen heet. De F’jes dragen niet hun eigen clubtenu, maar van clubs uit de eredivisie, leggen Laurens en Berend mij uit. Op voetbalgebied loop ik zwaar achter. Ik heb het dan ook altijd nog over Sport in Beeld, en ik ben geloof ik de enige mannelijke Nederlander die nog nooit met een bord eten op schoot naar Studio Sport heeft gekeken.

bfc-ajaxDe pappa van Berend en Laurens krijgt een melding op zijn iPhone als een wedstrijd van de F5 of de F10 is afgelast of als er een nieuwe competitiestand beschikbaar is. Hij brengt de jongens met de auto naar het BFC-terrein of naar uitwedstrijden. Ik fietste in 1959 langs de woning van meneer Duyvis, de jeugdleider van ZCFC, aan de Wibautstraat in Zaandam. In een slaapkamerraam aan de straat hingen mededelingen over afgelastingen en opstellingen. Er stond ook bij hoe laat we moesten verzamelen op de Dam voor de uitwedstrijd tegen GVO (Krommenie) of IVV (Ilpendam). Toen ik in 1960 aanvoerder werd van de Junioren B, was ik verantwoordelijk dat de jongens van mijn elftal dat ook wisten.

Mijn vriend Rob en ik volgden vanaf het eind van de jaren vijftig de wedstrijden van het Nederlands elftal met grote belangstelling. Maar die wedstrijden bezoeken was niet weggelegd voor ons. Niet alleen hadden we geen geld en waren we te jong, maar bovenal: ze werden vrijwel altijd op zondag gespeeld. Alleen als ZFC of KFC, de twee semiprofclubs in de Zaanstreek, op Tweede Pinksterdag of Tweede Paasdag speelde, hadden wij een kans echte voetballers in levenden lijve te zien.

Wij moesten ons vooral behelpen met de radio, tenminste: als we bij Rob thuis bleven, want de Draadomroep ging bij ons thuis niet aan voor voetbalverslagen op de Dag des Heren.

frans de munckOns idool was Frans de Munck, de legendarische Zwarte Panter, doelman van onze favoriete club Fortuna’54 en het Nederlands Elftal. Eén keer heb ik De Munck in actie gezien. Mijn broer Jelte had kaartjes gekocht voor Nederland-Schotland. Die wedstrijd werd gespeeld op een woensdag in mei 1959. We moesten op de fiets naar het Olympisch Stadion, maar als we op tijd vertrokken, was er niets aan de hand, want de wedstrijd begon pas achter in de middag.

Ik weet niet meer hoe het kwam, maar we waren te laat. Ik had waarschijnlijk iets uitgespookt op school, waardoor ik te laat kwam aanfietsen op het afgesproken punt. Twintig minuten na het beginsignaal liepen we het stadion in.

Het was een vriendschappelijke interland tegen een niet echt gerenommeerde tegenstander. Maar het Olympisch Stadion zat vol: zestigduizend toeschouwers op een doordeweekse dag. Nooit zal ik de overweldigende aanblik vergeten van een voetbalstadion dat reageert op alles wat gebeurt op dat stukje groen, een eind beneden ons. Het was angstig, het duurde minuten voor ik me op mijn gemak voelde. Vlak voor onze binnenkomst had Feijenoord-speler Cor van der Gijp Nederland op een 1-0 – voorsprong gezet.

nederland-schotlandIn mijn ogen was het een sterrenelftal dat daar op het veld stond, met de jonge Coen Moulijn (22 jaar), en de even jonge Hans Kraay, met Kees Rijvers en Jan Notermans. Maar op Europees niveau stelde Nederland toen niet zoveel voor. Na de rust werd doelman Frans de Munck twee keer gepasseerd, en Nederland scoorde niet meer. Maar ja, zo troostten wij onszelf, de Schotten waren echte profs, de meesten speelden in de Engelse Premier League, terwijl ‘wij’ maar semiprofs waren; Jan Notermans bijvoorbeeld was in het dagelijks leven dameskapper. Van de wedstrijd zelf herinner ik me alleen maar dat het publiek, landerig als gevolg van het vertoonde spel, met zitkussentjes begon te gooien. Zelfs van de Zwarte Panter herinner ik me geen spectaculaire reddingen.

Nederland-Schotland is nog steeds de enige wedstrijd van het nationale elftal die ik ooit heb bezocht.

Berend kreeg onlangs van zijn vader – of misschien was het van Sinterklaas – een kaartje cadeau voor Ajax-FC Utrecht in de Arena. Natuurlijk ging Laurens ook mee. Ze genoten van de wedstrijd, die Ajax met 3-1 won. Laurens, negen jaar, gaf na afloop een haarscherpe analyse van de wedstrijd. Voor Berend was het hoogtepunt de zak friet, die hij tot de laatste klodder mayo verzwolg.

Copyright © 2015-2021 Martin Rep | Radboudlaan 14 | 1402 XP  Bussum | Contact