schoolreisjeHet snuitje van m’n oudste kleindochter staat een beetje gespannen als ze de trein in stapt. Ze heeft maanden uitgekeken naar dit moment – vier hele dagen op kamp met de hoogste klas –, maar nu het zo ver is, is het toch wel heel erg spannend. Nog nooit is ze zo lang alleen van huis geweest, afgezien van logeerpartijen, veilig bij opa en oma in hetzelfde dorp. Heimwee dreigt, en: hoe zal dat ’s nachts gaan met slapen?

Schoolkamp? Daar deed meester Dorgelo, het hoofd van de Ds. Lindeboomschool in Zaandam, niet aan. Wij hadden schoolreisje.

Kinderen van andere scholen vertelden ons dat ze wel een paar nachten naar een kampeerboerderij gingen. Het leek me niet heel erg aantrekkelijk. Sommige jongens van mijn klas gingen op GJC-kamp. GJC stond voor Gereformeerde Jongens Club. Het hoogtepunt van een GJC-kamp, zo had ik gehoord, was ’s avonds keten op de slaapzaal, scheten laten in bed en dan met de dekens de geur over de kampeerzolder wapperen. Ik had nog nooit van hoge en lage cultuur gehoord, maar instinctmatig voelde ik toen al dat dit vermaak niet aan mij besteed was.

Bovendien was logeren in die tijd een angstige zaak. Onze kleinkinderen logeren om de haverklap bij ons en voelen zich dan bijna net zo op hun gemak als thuis. Voor mij was dat in de jaren vijftig beslist niet het geval.

hempont1950Bedden roken anders. De rituelen waren anders. Het eten was anders. De geluiden waren anders. Afgezien van bij mijn vriendje Rob, waar ik kind aan huis was, heb ik heel weinig gelogeerd. Bij Opoe Rozema, de moeder van mijn moeder, moest ik me wassen in een lampetkan. Ik sliep bij opoe in bed. ’s Nachts haalde ze haar haar los en zag ze er met haar lange grijze lokken angstaanjagend uit in het donker. Boven het bed hingen enge portretten, onder meer van een man met één oog die me woest aankeek. Als er een vrachtwagen over de Zuiddijk reed, schudde het huis. Bij opa en oma Rep brandde gelukkig een olielampje, zodat het niet helemaal donker was in de achterkamer waar ze sliepen en waar een bedje voor mij was bijgezet. Toch lag ik vaak wakker totdat zij eindelijk ook naar bed gingen, een omstandig ritueel met mijn opa die zich slechts met hulp van een looprek kon voortbewegen. Bij mijn tante Corrie aan de Maarten Harpertszoon Trompstraat in Amsterdam heb ik ook een paar keer gelogeerd. Liggend in mijn bed hoorde ik het knarsen en tingelen van tramlijn 13 op de Admiraal de Ruijterweg. Ik drukte mijn hoofd in het kussen en huilde mezelf in slaap. Als dat niet lukte, sloop ik naar de woonkamer waar ik bij tante op schoot kroop.

Moeders zwaaien ons uit

Nee, ik vond een schoolreisje van maar één dag beslist niet erg. Als de dag eindelijk daar was, zo tegen het einde van het schooljaar, stonden drie bussen voor de school geparkeerd. Alle kinderen kwamen naar school met hun moeder, want de bus moest worden uitgezwaaid. De klassen vier, vijf en zes gingen gezamenlijk. Ik kreeg een stikkezak mee met boterhammen, een thermosfles limonade en een extra zakdoek voor als ik een bloedneus kreeg – wat mij als neuspeuteraar nogal eens overkwam.

Het schoolreisje kende altijd een vertraagde start. De bussen vertrokken zonder uitzondering veel later dan gepland en na tien minuten was al de eerste stop. De enige verbinding van Noord-Holland met de rest van het land werd namelijk onderhouden via de Hempont, over het Noordzeekanaal bij de Hembrug.

Ik kwam vaak in dit stukje grensgebied van de stad. Voor de veerponten stonden de hele dag door auto’s in file te wachten. De bestuurders paften er ongeduldig de ene sigaret na de andere weg, de lege sigarettendoosjes mikten ze uit het raampje. Wij verzamelden die lege pakjes en knipten voor- en achterkant horizontaal zorgvuldig in tweeën. Op het schoolplein kon je er een spel mee doen: om de beurt gooide iemand een kaart op. Wie dezelfde kaart opgooide als degene voor hem, mocht de hele onderliggende stapel hebben. De waarde van de kaarten werd niet zo hoog getaxeerd, dus het verlies was nooit dramatisch.

branding doorwerthNa de pont reed de bus dwars door Amsterdam. Pas voorbij de Utrechtsebrug of het Amstel Station kon vaart worden gemaakt. De bestemmingen zijn me niet echt bijgebleven. Ze waren zelden spectaculair en kwamen regelmatig terug. Golfslagbad De Branding in Doorwerth. Ouwehand’s Dierenpark op de Grebbeberg. Misschien zwembad de Zanding in Otterlo.

Op de terugweg werd onveranderlijk gestopt langs de weg in ’t Gooi, waar we nog even op de heide mochten spelen en verplicht waren een flesje karnemelk leeg te drinken. Iedereen vond dat erg vies, maar bijna niemand durfde het weg te gooien.

Er werd gezongen van het ‘potje met vet’, en als we bijna weer bij school waren, waar onze ouders op ons wachtten, verstopten we ons onder de bank. Dachten ze warempel dat de bus leeg was teruggekomen!

Het was saai, het was veilig, het was heel erg jaren vijftig. Het was heerlijk. Ik denk dat in deze jaren de uitdrukking ‘moe maar voldaan’ is ontstaan.

Copyright © 2015-2021 Martin Rep | Radboudlaan 14 | 1402 XP  Bussum | Contact